lesschema
zelfstandig naamwoord ˈlɛsxemaBetekenis
- rooster waarin staat op welke tijd waar, welke les wordt gegeven aan wie en door wie
Hoe spreek je lesschema uit?
/ˈlɛsxema/
Lesschema bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛ | bed |
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| m | maan |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lesschemaatje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lesschemaatjes | verkleinwoord, meervoud |
| lesschemata | meervoud |
Herkomst
samenstelling van les zn en schema zn
Woordfamilie van lesschema
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lesschemaatje | verkleinwoord | lesschema |
| lesschemaatjes | verkleinwoord meervoud | lesschema |
| lesschemata | meervoud | lesschema |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lesschema zijn vastgelegd.