legsel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de eieren die gezamenlijk afgezet, bebroed of verzorgd worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legsels | meervoud |
| legseltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| legseltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van leggen met het achtervoegsel -sel
Woordfamilie van legsel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legsels | meervoud | legsel |
| legseltje | verkleinwoord | legsel |
| legseltjes | verkleinwoord meervoud | legsel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legsel zijn vastgelegd.