legtijd
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de periode van het jaar dat vogels hun eieren leggen en de jongen uitbroeden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legtijden | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leggen ww en tijd zn
Woordfamilie van legtijd
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legtijden | meervoud | legtijd |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legtijd zijn vastgelegd.