legplank
zelfstandig naamwoordBetekenis
- horizontale plank waarop men bijvoorbeeld kleding kan bergen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legplanken | meervoud |
| legplankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| legplankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van leggen ww en plank zn
Woordfamilie van legplank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legplanken | meervoud | legplank |
| legplankje | verkleinwoord | legplank |
| legplankjes | verkleinwoord meervoud | legplank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legplank zijn vastgelegd.