legpuzzel
zelfstandig naamwoord ˈlɛxpʏzəlBetekenis
- een in stukken gesneden of gezaagde afbeelding op papier of hout, die weer tot één geheel moet worden gemaakt
- een eenheid maken van verschillende onderdelen zodanig dat de verschillende zaken elkaar niet in de weg zitten
Hoe spreek je legpuzzel uit?
/ˈlɛxpʏzəl/
Legpuzzel bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɛ | bed |
| x | acht |
| p | pak |
| ʏ | put |
| z | zon |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- een geheel van onderdelen dat zodanig is opgebouwd dat de verschillende zaken elkaar niet in de weg zitten figuratively
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| legpuzzels | meervoud |
Herkomst
samenstelling van leg ww en puzzel
Woordfamilie van legpuzzel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| legpuzzels | meervoud | legpuzzel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van legpuzzel zijn vastgelegd.