lakenzak
zelfstandig naamwoord ˈlakənzɑkBetekenis
- een tot een zak met open hoofdeinde, genaaid laken waar men kan slapen; binnenzak van een slaapzak
Hoe spreek je lakenzak uit?
/ˈlakənzɑk/
Lakenzak bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| z | zon |
| ɑ | bad |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lakenzakje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lakenzakjes | verkleinwoord, meervoud |
| lakenzakken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van laken zn en zak zn
Woordfamilie van lakenzak
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lakenzakje | verkleinwoord | lakenzak |
| lakenzakjes | verkleinwoord meervoud | lakenzak |
| lakenzakken | meervoud | lakenzak |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lakenzak zijn vastgelegd.