lakenvelder
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- lakenveldse koe van een runderras dat vooral herkenbaar is aan de witte band tussen de voor- en achterpoten om de borst en rug van een verder zwart of rood dier, de z.g. lakenvelder tekening
- een in Nederland en Westfalen gefokte kip met witte romp en zwarte kop, hals en staart
- van een lakenvelds ras
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lakenvelders | meervoud |
Herkomst
samenstelling van laken en velder
Woordfamilie van lakenvelder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lakenvelders | meervoud | lakenvelder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lakenvelder zijn vastgelegd.