laatbloeier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iets of iemand die pas na geruime tijd zijn kwaliteiten laat zien
- een plant waarvan de bloemen pas laat in het seizoen bloeien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| laatbloeiers | meervoud |
| laatbloeiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| laatbloeiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van laat en bloeier
Woordfamilie van laatbloeier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laatbloeiers | meervoud | laatbloeier |
| laatbloeiertje | verkleinwoord | laatbloeier |
| laatbloeiertjes | verkleinwoord meervoud | laatbloeier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laatbloeier zijn vastgelegd.