kwispedoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een pot bestemd voor het opvangen van sputum
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kwispedoors | meervoud |
| kwispedoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kwispedoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| kwispedoren | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Portugees, in de betekenis van ‘spuwpotje’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1672
Woordfamilie van kwispedoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kwispedoors | meervoud | kwispedoor |
| kwispedoortje | verkleinwoord | kwispedoor |
| kwispedoortjes | verkleinwoord meervoud | kwispedoor |
| kwispedoren | meervoud | kwispedoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kwispedoor zijn vastgelegd.