krijgsheer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- aanvoerder die controle heeft over een beperkt gebied, meestal onafhankelijk van de centrale regering
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| krijgsheertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| krijgsheertjes | verkleinwoord, meervoud |
| krijgsheren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van krijg zn en heer zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van krijgsheer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| krijgsheertje | verkleinwoord | krijgsheer |
| krijgsheertjes | verkleinwoord meervoud | krijgsheer |
| krijgsheren | meervoud | krijgsheer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van krijgsheer zijn vastgelegd.