kortaangebonden
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- op (een onvriendelijke manier) kortaf zijn
- heel snel boos zijn
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kortaangebondener | onverbogen, vergrotende trap |
| kortaangebondeners | partitief, vergrotende trap |
| kortaangebondens | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘opvliegend’ voor het eerst aangetroffen in 1898
Woordfamilie van kortaangebonden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kortaangebondener | vergrotende trap | kortaangebonden |
| kortaangebondeners | partitieve vergrotende trap | kortaangebonden |
| kortaangebondens | partitive, positive | kortaangebonden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kortaangebonden zijn vastgelegd.