korenaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bovenste deel van een korenhalm met de graankorrels
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| korenaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| korenaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| korenaren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van koren en aar
Woordfamilie van korenaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| korenaartje | verkleinwoord | korenaar |
| korenaartjes | verkleinwoord meervoud | korenaar |
| korenaren | meervoud | korenaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van korenaar zijn vastgelegd.