kordon
zelfstandig naamwoordBetekenis
- afzetting gemaakt van posten of personen om een gebied af te sluiten van de omgeving
- grote groep mensen
zelfstandig naamwoord — neuter
- geweerriem
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kordons | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘rij van militairen ter afsluiting van een gebied’ voor het eerst aangetroffen in 1760
Woordfamilie van kordon
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kordons | meervoud | kordon |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kordon zijn vastgelegd.