koesteren
werkwoord ˈkustərə(n)Betekenis
- iets geliefds nauw aan het hart houden, vertroetelen of verzorgen
- (over denkbeelden of gevoelens) voelen of er op nahouden
Hoe spreek je koesteren uit?
/ˈkustərən/
Koesteren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| u | boek |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- voelen of er op nahouden figuratively, transitive
Vervoeging van koesteren
koesterenhele werkwoord — koesterdeverleden tijd enkelvoud — koesterdenverleden tijd meervoud — gekoesterdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | koester | koesterde |
| jij | koestert | koesterde |
| hij, zij, het | koestert | koesterde |
| wij | koesteren | koesterden |
| jullie | koesteren | koesterden |
| zij | koesteren | koesterden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gekoesterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gekoesterd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gekoesterd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gekoesterd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gekoesterd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gekoesterd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gekoesterd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gekoesterd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gekoesterd | verleden tijd, deelwoord |
| gekoesterd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekoesterd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gekoesterd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekoesterd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekoesterd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gekoesterd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekoesterd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gekoesterd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekoesterd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gekoesterd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gekoesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gekoesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gekoesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gekoesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gekoesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gekoesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gekoesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoesterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| koester | gebiedende wijs |
| koester me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| koester u/je , koestert je | gebiedende wijs |
| koesterde | verleden tijd |
| koesterde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| koesterde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| koesterde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| koesterde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| koesterde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| koesterde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| koesterde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| koesterden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| koesterden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| koesterden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| koestere | aanvoegende wijs |
| koestere zich | aanvoegende wijs |
| koesteren je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| koesteren ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| koesteren zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| koesterend | onvoltooid, deelwoord |
| koestert je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| koestert u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| koestert u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| koestert zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| koestert zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| koestert zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| te hebben gekoesterd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te koesteren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen koesteren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gekoesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekoesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gekoesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gekoesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gekoesterd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gekoesterd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gekoesterd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gekoesterd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gekoesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekoesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gekoesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gekoesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gekoesterd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal me koesteren | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich koesteren | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je koesteren | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gekoesterd hebben | verleden tijd |
| zich koesterend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gekoesterd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gekoesterd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gekoesterd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt koesteren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gekoesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gekoesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gekoesterd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gekoesterd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
van Middelnederlands coesteren "warm toedekken", in de betekenis van ‘verwarmen, vertroetelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1546
Woordfamilie van koesteren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koester | gebiedende wijs | koesteren |
| koesterde | verleden tijd | koesteren |
| koesterden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | koesteren |
| koestere | aanvoegende wijs | koesteren |
| koestert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | koesteren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koesteren zijn vastgelegd.