koehaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- product gemaakt van de haren van de vacht van een rund dat men o.a. gebruikte voor het verstevigen van mortel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koehaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koehaartjes | verkleinwoord, meervoud |
| koeharen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van koe zn en haar zn
Woordfamilie van koehaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koehaartje | verkleinwoord | koehaar |
| koehaartjes | verkleinwoord meervoud | koehaar |
| koeharen | meervoud | koehaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koehaar zijn vastgelegd.