koebrug
zelfstandig naamwoordBetekenis
- loopplank of brug waarover mensen, voertuigen of vee kunnen lopen bij het laden en lossen van een schip
- laagste dek van een schip dat vlak boven het laadruim is gelegen
- brug waarover vee kan gaan
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| koebruggen | meervoud |
| koebruggetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koebruggetjes | verkleinwoord, meervoud |
| koebrugje | verkleinwoord, enkelvoud |
| koebrugjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van koe zn en brug zn
Woordfamilie van koebrug
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| koebruggen | meervoud | koebrug |
| koebruggetje | verkleinwoord | koebrug |
| koebruggetjes | verkleinwoord meervoud | koebrug |
| koebrugje | verkleinwoord | koebrug |
| koebrugjes | verkleinwoord meervoud | koebrug |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van koebrug zijn vastgelegd.