knorhaan
zelfstandig naamwoord ˈknɔrhanBetekenis
- poon
Hoe spreek je knorhaan uit?
/ˈknɔrhan/
Knorhaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| n | nek |
| ɔ | bot |
| r | rood |
| h | hoed |
| a | maan |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- benaming voor zeevissen uit de familie Triglidae
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knorhaantje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knorhaantjes | verkleinwoord, meervoud |
| knorhanen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van knor ww en haan zn , naar het geluid dat deze vis maakt; in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1710
Woordfamilie van knorhaan
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knorhaantje | verkleinwoord | knorhaan |
| knorhaantjes | verkleinwoord meervoud | knorhaan |
| knorhanen | meervoud | knorhaan |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knorhaan zijn vastgelegd.