knapenkoor
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zangkoor dat uit jonge jongens bestaat
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| knapenkoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| knapenkoortjes | verkleinwoord, meervoud |
| knapenkoren | meervoud |
Herkomst
samenstelling van knaap en koor met het invoegsel -en-
Woordfamilie van knapenkoor
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| knapenkoortje | verkleinwoord | knapenkoor |
| knapenkoortjes | verkleinwoord meervoud | knapenkoor |
| knapenkoren | meervoud | knapenkoor |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knapenkoor zijn vastgelegd.