klungel
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een onhandig persoon
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- onhandig iemand, meestal van het mannelijk geslacht pejorative
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klungels | meervoud |
| klungeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klungeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klungelen
- gebiedende wijs van klungelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van klungelen
Vervoeging van klungel
klungelhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘sukkel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1781
Woordfamilie van klungel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klungels | meervoud | klungel |
| klungeltje | verkleinwoord | klungel |
| klungeltjes | verkleinwoord meervoud | klungel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klungel zijn vastgelegd.