klokje
zelfstandig naamwoord ˈklɔkjəBetekenis
- grote variëteit aan planten met klokvormige bloemen
- horloge
Hoe spreek je klokje uit?
/ˈklɔkjə/
Klokje bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| l | land |
| ɔ | bot |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- alleen verkleinwoord aanduiding voor een plant met klokvormige bloemen
- alleen verkleinwoord benaming voor planten uit het geslacht Campanula van ongeveer 300 soorten planten uit de klokjesfamilie (Campanulaceae)
- alleen verkleinwoord horloge
Woordvorm
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord klok
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klokjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van klok zn met het achtervoegsel -je **[2] omdat de vorm van de kelk doet denken aan een luidklok **[3] van de botanische naam Campanula, Latijn campanula "klokje"