klipvis
zelfstandig naamwoordBetekenis
- gezouten gedroogde (door uitspreiding op de klippen) zeevis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klipvissen | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in 1652
Woordfamilie van klipvis
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klipvissen | meervoud | klipvis |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klipvis zijn vastgelegd.