klankkast
zelfstandig naamwoordBetekenis
- lichaam van een viool, gitaar e.d
- doos waarop een stemvork wordt geplaatst om de toon ervan krachtiger te maken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klankkasten | meervoud |
| klankkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klankkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van klank en kast
Woordfamilie van klankkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klankkasten | meervoud | klankkast |
| klankkastje | verkleinwoord | klankkast |
| klankkastjes | verkleinwoord meervoud | klankkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klankkast zijn vastgelegd.