klankbord
zelfstandig naamwoordBetekenis
- paneel voor een luidspreker dat als functie heeft te voorkomen dat de druk voor en achter de conus meteen worden vereffend en waardoor dus een betere akoestische koppeling met de lucht optreedt
- vlak van een muziekinstrument waarlangs de snaren gespannen zijn en waarmee de toon versterkt wordt
- houten hemel boven een spreekgestoelte dat het geluid van de spreker weerkaatst
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| klankborden | meervoud |
| klankbordje | verkleinwoord, enkelvoud |
| klankbordjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van klank en bord
Woordfamilie van klankbord
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| klankborden | meervoud | klankbord |
| klankbordje | verkleinwoord | klankbord |
| klankbordjes | verkleinwoord meervoud | klankbord |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klankbord zijn vastgelegd.