klakken
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- een plotseling luid geluid maken door twee zaken tegen elkaar te slaan, met name het slaan van de tong tegen het verhemelte of mondbodem
Vervoeging van klakken
klakkenhele werkwoord
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord klak
Woordfamilie van klakken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geklakt | woordvorm | klakken |
| klakke | woordvorm | klakken |
| klakkend | woordvorm | klakken |
| klakkende | woordvorm | klakken |
| klakt | woordvorm | klakken |
| klakte | woordvorm | klakken |
| klakten | woordvorm | klakken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van klakken zijn vastgelegd.