kippenboer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een boer die kippen houdt.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kippenboeren | meervoud |
| kippenboertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kippenboertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kip en boer met het invoegsel -en-
Woordfamilie van kippenboer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kippenboeren | meervoud | kippenboer |
| kippenboertje | verkleinwoord | kippenboer |
| kippenboertjes | verkleinwoord meervoud | kippenboer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kippenboer zijn vastgelegd.