kiplekker
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- je helemaal gezond en fit voelend, zeer wel
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kiplekkere | verbogen, stellende trap |
| kiplekkers | partitief, stellende trap |
Herkomst
In de betekenis van ‘zeer wel’ voor het eerst aangetroffen in 1950
Woordfamilie van kiplekker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kiplekkere | verbogen vorm | kiplekker |
| kiplekkers | partitive, positive | kiplekker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kiplekker zijn vastgelegd.