kerststol
zelfstandig naamwoord ˈkɛr(st)stɔlBetekenis
- een speciaal brood gebakken voor de kerst gevuld met noten, vruchten en spijs
Hoe spreek je kerststol uit?
/ˈkɛrststɔl/
Kerststol bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ɔ | bot |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerststollen | meervoud |
| kerststolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerststolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘luxe kerstbrood’ voor het eerst aangetroffen in 1961
Woordfamilie van kerststol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerststollen | meervoud | kerststol |
| kerststolletje | verkleinwoord | kerststol |
| kerststolletjes | verkleinwoord meervoud | kerststol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerststol zijn vastgelegd.