kerstster
zelfstandig naamwoord /ˈkɛrstɛr/Betekenis
- een versiering of decoratie in de vorm van een ster, zoals die rond de Kerstdagen opgehangen of neergezet wordt
Hoe spreek je kerstster uit?
/ˈkɛrstɛr/
Kerstster bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɛ | bed |
| r | rood |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- Euphorbia pulcherrima een plant uit de wolfsmelkfamilie (Euphorbiaceae). De soort komt van oorsprong voor in Mexico maar wordt veel gekweekt om de sierwaarde. Hij wordt in de gematigde streken, waaronder de Benelux, voornamelijk gekocht voor de kerstmis
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kerststerren | meervoud |
| kerststerretje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kerststerretjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Vernoemd naar de Kerstster.
Woordfamilie van kerstster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kerststerren | meervoud | kerstster |
| kerststerretje | verkleinwoord | kerstster |
| kerststerretjes | verkleinwoord meervoud | kerstster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kerstster zijn vastgelegd.