katrol
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een werktuigonderdeel dat het mogelijk maakt een last met een beperkte kracht op te hijsen, te laten zakken of te verplaatsen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| katrollen | meervoud |
| katrolletje | verkleinwoord, enkelvoud |
| katrolletjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘hijsblok’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1460
Woordfamilie van katrol
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| katrollen | meervoud | katrol |
| katrolletje | verkleinwoord | katrol |
| katrolletjes | verkleinwoord meervoud | katrol |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van katrol zijn vastgelegd.