kassierster
zelfstandig naamwoord kɑˈsirstərBetekenis
- een vrouw die het beheer heeft over kas en de kaswijzigingen bijhoudt
Hoe spreek je kassierster uit?
/kɑˈsirstər/
Kassierster bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| i | riet |
| r | rood |
| t | tak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord
- vrouw die het beheer heeft over contant geld en de kaswijzigingen bijhoudt
- vrouw of meisje met de taak de betalingen van klanten in een winkel of amusementsbedrijf te verwerken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kassiersters | meervoud |
| kassierstertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kassierstertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van kassier met het achtervoegsel -ster
Woordfamilie van kassierster
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kassiersters | meervoud | kassierster |
| kassierstertje | verkleinwoord | kassierster |
| kassierstertjes | verkleinwoord meervoud | kassierster |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kassierster zijn vastgelegd.