kassier
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die het beheer heeft over kas en de kaswijzigingen bijhoudt
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die het beheer heeft over de kas en de kaswijzigingen bijhoudt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kassiers | meervoud |
| kassiertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kassiertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘kashouder’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1543
Woordfamilie van kassier
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kassiers | meervoud | kassier |
| kassiertje | verkleinwoord | kassier |
| kassiertjes | verkleinwoord meervoud | kassier |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kassier zijn vastgelegd.