karn
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- een vat met een stamper bedoeld om er room tot boter in te karnen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| karnen | meervoud |
| karntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| karntjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van karnen
- gebiedende wijs van karnen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van karnen
Vervoeging van karn
karnhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘karnton’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van karn
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| karntje | verkleinwoord | karn |
| karntjes | verkleinwoord meervoud | karn |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van karn zijn vastgelegd.