kapiteel
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bovenstuk van een zuil
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kapiteeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kapiteeltjes | verkleinwoord, meervoud |
| kapitelen | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘bovenstuk van zuil’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Woordfamilie van kapiteel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kapiteeltje | verkleinwoord | kapiteel |
| kapiteeltjes | verkleinwoord meervoud | kapiteel |
| kapitelen | meervoud | kapiteel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapiteel zijn vastgelegd.