kakelaar
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die veel kakelt
zelfstandig naamwoord — masculine
- iemand die veel kakelt met name gebruikt in vogelnamen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kakelaars | meervoud |
| kakelaartje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kakelaartjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van kakelen met het achtervoegsel -aar
Woordfamilie van kakelaar
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kakelaars | meervoud | kakelaar |
| kakelaartje | verkleinwoord | kakelaar |
| kakelaartjes | verkleinwoord meervoud | kakelaar |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kakelaar zijn vastgelegd.