kabouter
zelfstandig naamwoord kaˈbɑutərBetekenis
- sprookjesfiguur in de vorm van een klein mannetje, traditioneel met een puntmuts dat meestal wat mensenschuw is en zich plagerig of juist vriendelijk gedraagt
- padvindster met een leeftijd tussen 7 en 11 jaar. In Nederland worden vanaf 2010 zowel jongens als meisjes in deze leeftijdsgroep welp genoemd.
Hoe spreek je kabouter uit?
/kaˈbɑutər/
Kabouter bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| a | maan |
| b | bak |
| ɑu | koud |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- padvindster met een leeftijd tussen 7 en 11 jaar In Nederland worden vanaf 2010 zowel jongens als meisjes in deze leeftijdsgroep welp genoemd. person
- of als koosnaam, klein persoon figuratively, pejorative
- lid van lokale protestbeweging en partij in Amsterdam, Den Haag of Mechelen tussen 1969 en 1974 historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kabouters | meervoud |
| kaboutertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kaboutertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
vermoedelijk cognaat met kobold, in Middelnederlands aangetroffen als bijnaam cabotere en cobbout, in de betekenis van ‘aardmannetje’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van kabouter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kabouters | meervoud | kabouter |
| kaboutertje | verkleinwoord | kabouter |
| kaboutertjes | verkleinwoord meervoud | kabouter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kabouter zijn vastgelegd.