juttepeer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Nederlands ras van vroege, saprijke zomerperen met bruine, harde schil met beperkte houdbaarheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jutteperen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van Jut en en peer met het invoegsel -e-
Woordfamilie van juttepeer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jutteperen | meervoud | juttepeer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van juttepeer zijn vastgelegd.