Naar de inhoud

juichen

op luide wijze vreugde uiten

juichen

werkwoord /jœyɣən/

Betekenis

  1. op luide wijze vreugde uiten

Hoe spreek je juichen uit?

/jœyxən/

Juichen bestaat uit twee lettergrepen.

De tekens in /jœyxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
j ja
œy huis
x acht
ə de
n nek

Vervoeging van juichen

juichenhele werkwoord — juichteverleden tijd enkelvoud — juichtenverleden tijd meervoud — gejuichtvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik juich juichte
jij juicht juichte
hij, zij, het juicht juichte
wij juichen juichten
jullie juichen juichten
zij juichen juichten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gejuicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gejuicht impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gejuicht impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gejuicht impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gejuicht worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gejuicht zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gejuicht worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gejuicht zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gejuicht verleden tijd, deelwoord
gejuicht te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejuicht zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejuicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejuicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejuicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejuicht voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejuicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejuicht voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejuicht voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejuicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejuicht voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
juich gebiedende wijs
juiche aanvoegende wijs
juichend onvoltooid, deelwoord
juichte verleden tijd
te hebben gejuicht actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te juichen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen juichen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejuicht hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt juichen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen juichen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejuicht hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult juichen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘uiting geven aan vreugde’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285

Woordfamilie van juichen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejuicht voltooid deelwoord juichen
juich gebiedende wijs juichen
juiche aanvoegende wijs juichen
juicht aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon juichen
juichte verleden tijd juichen
juichten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon juichen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van juichen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over juichen

Hoe spreek ik juichen uit?
Zo spreek je juichen uit: /jœyɣən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van juichen?
Juichen is een werkwoord. De betekenis is: op luide wijze vreugde uiten.
Hoe vervoeg ik juichen?
Zo vervoeg je juichen zo: de tegenwoordige tijd is juich, de verleden tijd is juichte en het voltooid deelwoord is gejuicht. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord juichen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. U 4
  3. I 1
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

juichen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 127 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. U 2
  3. I 2
  4. C 5
  5. H 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 zonder bonus
  9. 127 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

juichen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

juichen in het kort

juichen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van juichen staan er 40 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort juichen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

juichen: op luide wijze vreugde uiten
Deel juichen — standaardnederlands.nl