jaspand
zelfstandig naamwoordBetekenis
- onderste en achterste deel van een jasje zoals dat hoort bij een pak of rokkostuum
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaspanden | meervoud |
| jaspandje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jaspandjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van jas zn en pand zn
Woordfamilie van jaspand
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaspanden | meervoud | jaspand |
| jaspandje | verkleinwoord | jaspand |
| jaspandjes | verkleinwoord meervoud | jaspand |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaspand zijn vastgelegd.