jabot
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Aanvankelijk: een geplooide strook aan de borst van een mannenoverhemd. Na ongeveer 1880 een kanten plooisel, door dames op het japonlijf gedragen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jabotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| jabotjes | verkleinwoord, meervoud |
| jabots | meervoud |
Herkomst
van het Franse jabot
Woordfamilie van jabot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jabotje | verkleinwoord | jabot |
| jabotjes | verkleinwoord meervoud | jabot |
| jabots | meervoud | jabot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jabot zijn vastgelegd.