ioniseren
werkwoordBetekenis
- ionen vormen
- in ionen splitsen
Vervoeging van ioniseren
ioniserenhele werkwoord — ioniseerdeverleden tijd enkelvoud — ioniseerdenverleden tijd meervoud — geïoniseerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ioniseer | ioniseerde |
| jij | ioniseert | ioniseerde |
| hij, zij, het | ioniseert | ioniseerde |
| wij | ioniseren | ioniseerden |
| jullie | ioniseren | ioniseerden |
| zij | ioniseren | ioniseerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geïoniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geïoniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geïoniseerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geïoniseerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geïoniseerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geïoniseerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geïoniseerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geïoniseerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geïoniseerd | verleden tijd, deelwoord |
| geïoniseerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïoniseerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geïoniseerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïoniseerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïoniseerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geïoniseerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïoniseerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geïoniseerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïoniseerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geïoniseerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïoniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ioniseer | gebiedende wijs |
| ioniseerde | verleden tijd |
| ionisere | aanvoegende wijs |
| ioniserend | onvoltooid, deelwoord |
| is geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geïoniseerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ioniseren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ioniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geïoniseerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geïoniseerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geïoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geïoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geïoniseerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geïoniseerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geïoniseerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geïoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geïoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geïoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ioniseren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geïoniseerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïoniseerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geïoniseerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ioniseren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Naamwoord van handeling van het Franse ioniser (met het achtervoegsel -iseren)
Woordfamilie van ioniseren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geïoniseerd | voltooid deelwoord | ioniseren |
| geïoniseerde | woordvorm | ioniseren |
| ioniseer | gebiedende wijs | ioniseren |
| ioniseerde | verleden tijd | ioniseren |
| ioniseerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ioniseren |
| ioniseert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ioniseren |
| ionisere | aanvoegende wijs | ioniseren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ioniseren zijn vastgelegd.