Naar de inhoud

invallen

vallend iets binnengaan

invallen is meer dan één woord

invallen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪɱvɑlə(n)

Betekenis

  1. vallend iets binnengaan
  2. iemands plaats tijdelijk innemen, bijvoorbeeld wanneer deze verhinderd is
  3. plotseling verschijnen

Hoe spreek je invallen uit?

/ˈɪmvɑlən/

Invallen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪmvɑlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
m maan
v vis
ɑ bad
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van invallen

invallenhele werkwoord — viel inverleden tijd enkelvoud — vielen inverleden tijd meervoud — ingevallenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik val in viel in
jij valt in viel in
hij, zij, het valt in viel in
wij vallen in vielen in
jullie vallen in vielen in
zij vallen in vielen in
Alle 76 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
in te vallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal vallen bijzin, toekomende tijd
in zou vallen bijzin, voorwaardelijk
in zouden vallen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt vallen bijzin, voorwaardelijk
in zullen vallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen vallen bijzin, toekomende tijd
in zult vallen bijzin, toekomende tijd
ingevallen verleden tijd, deelwoord
ingevallen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingevallen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inval bijzin, tegenwoordige tijd
invallend onvoltooid, deelwoord
invalt bijzin, tegenwoordige tijd
inviel bijzin, verleden tijd
invielen bijzin, verleden tijd
invielt bijzin, verleden tijd
is ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn ingevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen invallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
val in gebiedende wijs
viel in verleden tijd
waart ingevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingevallen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingevallen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingevallen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal invallen bijzin, toekomende tijd
zijn ingevallen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingevallen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou invallen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) invallen in zou(dt) vallen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden invallen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingevallen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt invallen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen invallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen invallen bijzin, toekomende tijd
zult ingevallen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult invallen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult invallen bijzin, toekomende tijd
zult/zal invallen in zult/zal vallen bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord inval

Herkomst

samenstelling van in bw en vallen ww

Woordfamilie van invallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
invalle with-subordinate-clause invallen
invalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd invallen
inviel subordinate-clause, verleden tijd invallen
invielen subordinate-clause, verleden tijd invallen
val in gebiedende wijs invallen
valle in woordvorm invallen
vallen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon invallen
valt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon invallen
viel in verleden tijd invallen
vielen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon invallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van invallen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over invallen

Hoe spreek ik invallen uit?
Zo spreek je invallen uit: /ˈɪɱvɑlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van invallen?
Invallen is een werkwoord. De betekenis is: vallend iets binnengaan. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik invallen?
Zo vervoeg je invallen zo: het voltooid deelwoord is ingevallen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord invallen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

invallen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. V 4
  4. A 1
  5. L 3
  6. L 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 16 zonder bonus
  10. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

invallen in het kort

invallen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van invallen staan er 48 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort invallen bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

invallen: vallend iets binnengaan
Deel invallen — standaardnederlands.nl