intercom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- communicatiesysteem binnen één gebouw
- huistelefoon
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| intercommetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| intercommetjes | verkleinwoord, meervoud |
| intercoms | meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘huistelefoon’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1974
Woordfamilie van intercom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| intercommetje | verkleinwoord | intercom |
| intercommetjes | verkleinwoord meervoud | intercom |
| intercoms | meervoud | intercom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intercom zijn vastgelegd.