intercommunaal
bijvoeglijk naamwoordBetekenis
- wat tussen gemeentes onderling gebeurt
- de gemeentegrenzen overstijgend
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| intercommunaals | partitief, stellende trap |
| intercommunaalst | onverbogen, overtreffende trap |
| intercommunaalste | verbogen, overtreffende trap |
| intercommunale | verbogen, stellende trap |
| intercommunaler | onverbogen, vergrotende trap |
| intercommunalere | verbogen, vergrotende trap |
| intercommunalers | partitief, vergrotende trap |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tussen verschillende gemeenten’ voor het eerst aangetroffen in 1929
Woordfamilie van intercommunaal
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| intercommunaals | partitive, positive | intercommunaal |
| intercommunaalst | uninflected, superlative | intercommunaal |
| intercommunaalste | inflected, superlative | intercommunaal |
| intercommunaler | vergrotende trap | intercommunaal |
| intercommunalere | verbogen vergrotende trap | intercommunaal |
| intercommunalers | partitieve vergrotende trap | intercommunaal |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van intercommunaal zijn vastgelegd.