Naar de inhoud

instemmen

het eens zijn

instemmen

werkwoord ˈɪnstɛmə(n)

Betekenis

  1. het eens zijn

Hoe spreek je instemmen uit?

/ˈɪnstɛmən/

Instemmen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪnstɛmən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
n nek
s sok
t tak
ɛ bed
m maan
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van instemmen

instemmenhele werkwoord — stemde inverleden tijd enkelvoud — stemden inverleden tijd meervoud — ingestemdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stem in stemde in
jij stemt in stemde in
hij, zij, het stemt in stemde in
wij stemmen in stemden in
jullie stemmen in stemden in
zij stemmen in stemden in
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had ingestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingestemd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingestemd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingestemd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingestemd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te stemmen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal stemmen bijzin, toekomende tijd
in zou stemmen bijzin, voorwaardelijk
in zouden stemmen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt stemmen bijzin, voorwaardelijk
in zullen stemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen stemmen bijzin, toekomende tijd
in zult stemmen bijzin, toekomende tijd
ingestemd verleden tijd, deelwoord
ingestemd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingestemd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
instem bijzin, tegenwoordige tijd
instemde bijzin, verleden tijd
instemden bijzin, verleden tijd
instemmend onvoltooid, deelwoord
instemt bijzin, tegenwoordige tijd
stem in gebiedende wijs
stemde in verleden tijd
te hebben ingestemd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen instemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal instemmen bijzin, toekomende tijd
zou ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou instemmen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) instemmen in zou(dt) stemmen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden instemmen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingestemd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt instemmen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen instemmen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen instemmen bijzin, toekomende tijd
zult ingestemd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult instemmen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult instemmen bijzin, toekomende tijd
zult/zal instemmen in zult/zal stemmen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘zijn stem met andere verenigen’ voor het eerst aangetroffen in 1766

Woordfamilie van instemmen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ingestemd voltooid deelwoord instemmen
instem subordinate-clause, tegenwoordige tijd instemmen
instemde subordinate-clause, verleden tijd instemmen
instemden subordinate-clause, verleden tijd instemmen
instemme with-subordinate-clause instemmen
instemt subordinate-clause, tegenwoordige tijd instemmen
stem in gebiedende wijs instemmen
stemde in verleden tijd instemmen
stemden in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon instemmen
stemme in woordvorm instemmen
stemmen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon instemmen
stemt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon instemmen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instemmen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over instemmen

Hoe spreek je instemmen uit?
De uitspraak van instemmen is: /ˈɪnstɛmə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent instemmen?
Instemmen is een werkwoord. Het woord betekent: het eens zijn.
Hoe vervoeg je instemmen?
Je vervoegt instemmen als volgt: het voltooid deelwoord is ingestemd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord instemmen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

instemmen levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 66 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. S 2
  4. T 2
  5. E 1
  6. M 3
  7. M 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 66 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

instemmen in het kort

instemmen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van instemmen zijn 45 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort instemmen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

instemmen: het eens zijn
Deel instemmen — standaardnederlands.nl