instappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪnstɑpə(n)Betekenis
- binnengaan in een voertuig
- beginnen, meedoen aan
- een ruimte ingaan
Hoe spreek je instappen uit?
/ˈɪnstɑpən/
Instappen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van instappen
instappenhele werkwoord — stapte inverleden tijd enkelvoud — stapten inverleden tijd meervoud — ingestaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stap in | stapte in |
| jij | stapt in | stapte in |
| hij, zij, het | stapt in | stapte in |
| wij | stappen in | stapten in |
| jullie | stappen in | stapten in |
| zij | stappen in | stapten in |
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te stappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen stappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal stappen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen stappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen stappen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult stappen | bijzin, toekomende tijd |
| ingestapt | verleden tijd, deelwoord |
| ingestapt te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingestapt zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| instap | bijzin, tegenwoordige tijd |
| instappend | onvoltooid, deelwoord |
| instapt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| instapte | bijzin, verleden tijd |
| instapten | bijzin, verleden tijd |
| is ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stap in | gebiedende wijs |
| stapte in | verleden tijd |
| te zijn ingestapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen instappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingestapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingestapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingestapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingestapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal instappen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingestapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingestapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou instappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) instappen in zou(dt) stappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden instappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingestapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt instappen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen instappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen instappen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingestapt zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult instappen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult instappen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal instappen in zult/zal stappen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord instap
Herkomst
samenstelling van in en stappen
Woordfamilie van instappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingestapt | voltooid deelwoord | instappen |
| instappe | with-subordinate-clause | instappen |
| instapt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | instappen |
| instapte | subordinate-clause, verleden tijd | instappen |
| instapten | subordinate-clause, verleden tijd | instappen |
| stap in | gebiedende wijs | instappen |
| stappe in | woordvorm | instappen |
| stappen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | instappen |
| stapt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | instappen |
| stapte in | verleden tijd | instappen |
| stapten in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | instappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van instappen zijn vastgelegd.