inkomen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈɪŋkomə(n)Betekenis
- binnendringen in een afgesloten ruimte
- binnendringen in een afgesloten oppervlak
- zich verplaatsen in iemands gedachtengang
- regelmatig verkregen som geld (bijv. uit arbeid of vermogen)
Hoe spreek je inkomen uit?
/ˈɪŋkomən/
Inkomen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| k | kat |
| o | boot |
| m | maan |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- zich verplaatsen in iemands gedachtegang
- links, rechts ~ vanuit linkse of rechtse richting waaien v.d. wind impersonal
Vervoeging van inkomen
inkomenhele werkwoord — kwam inverleden tijd enkelvoud — kwamen inverleden tijd meervoud — ingekomenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kom in | kwam in |
| jij | komt in | kwaamt in |
| hij, zij, het | komt in | kwam in |
| wij | komen in | kwamen in |
| jullie | komen in | kwamen in |
| zij | komen in | kwamen in |
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| in te komen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| in te zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| in zal komen | bijzin, toekomende tijd |
| in zou komen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zouden komen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zoudt komen | bijzin, voorwaardelijk |
| in zullen komen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| in zullen komen | bijzin, toekomende tijd |
| in zult komen | bijzin, toekomende tijd |
| ingekomen | verleden tijd, deelwoord |
| ingekomen te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| ingekomen zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| inkom | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkomend | onvoltooid, deelwoord |
| inkomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkoomt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| inkwaamt | bijzin, verleden tijd |
| inkwam | bijzin, verleden tijd |
| inkwamen | bijzin, verleden tijd |
| is ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kom in | gebiedende wijs |
| kwam in | verleden tijd |
| te zijn ingekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen inkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart ingekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren ingekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren ingekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was ingekomen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was ingekomen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was ingekomen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal inkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn ingekomen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt ingekomen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou inkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) inkomen in zou(dt) komen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden inkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt ingekomen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt inkomen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen inkomen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen inkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult ingekomen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult inkomen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult inkomen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal inkomen in zult/zal komen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van in en komen
Woordfamilie van inkomen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ingekomen | voltooid deelwoord | inkomen |
| inkom | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkomen |
| inkome | with-subordinate-clause | inkomen |
| inkomens | meervoud | inkomen |
| inkomentje | woordvorm | inkomen |
| inkomentjes | meervoud | inkomen |
| inkomt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | inkomen |
| inkwaamt | subordinate-clause, verleden tijd | inkomen |
| inkwam | subordinate-clause, verleden tijd | inkomen |
| inkwamen | subordinate-clause, verleden tijd | inkomen |
| kom in | gebiedende wijs | inkomen |
| kome in | woordvorm | inkomen |
| komen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | inkomen |
| komt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | inkomen |
| kwaamt in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon | inkomen |
| kwam in | verleden tijd | inkomen |
| kwamen in | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | inkomen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van inkomen zijn vastgelegd.