Naar de inhoud

ingrijpen

handelen om een probleem te voorkomen of op te lossen

ingrijpen

werkwoord ˈɪŋɣrɛipə(n)

Betekenis

  1. handelen om een probleem te voorkomen of op te lossen
  2. ~ in: zich beslissend mengen in het verloop van iets

Hoe spreek je ingrijpen uit?

/ˈɪŋxrɛipən/

Ingrijpen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪŋxrɛipən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
ŋ ding
x acht
r rood
ɛi trein
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ingrijpen

ingrijpenhele werkwoord — greep inverleden tijd enkelvoud — grepen inverleden tijd meervoud — ingegrepenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik grijp in greep in
jij grijpt in greep in
hij, zij, het grijpt in greep in
wij grijpen in grepen in
jullie grijpen in grepen in
zij grijpen in grepen in
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
greep in verleden tijd
grijp in gebiedende wijs
had ingegrepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had ingegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had ingegrepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden ingegrepen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden ingegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden ingegrepen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt ingegrepen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegrepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft ingegrepen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
in te grijpen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen grijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal grijpen bijzin, toekomende tijd
in zou grijpen bijzin, voorwaardelijk
in zouden grijpen bijzin, voorwaardelijk
in zoudt grijpen bijzin, voorwaardelijk
in zullen grijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen grijpen bijzin, toekomende tijd
in zult grijpen bijzin, toekomende tijd
ingegrepen verleden tijd, deelwoord
ingegrepen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegrepen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ingreep bijzin, verleden tijd
ingrepen bijzin, verleden tijd
ingrijp bijzin, tegenwoordige tijd
ingrijpend onvoltooid, deelwoord
ingrijpt bijzin, tegenwoordige tijd
te hebben ingegrepen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ingrijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ingrijpen bijzin, toekomende tijd
zou ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ingrijpen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) ingrijpen in zou(dt) grijpen bijzin, voorwaardelijk
zouden ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ingrijpen bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingegrepen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ingrijpen bijzin, voorwaardelijk
zullen ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen ingrijpen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ingrijpen bijzin, toekomende tijd
zult ingegrepen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult ingrijpen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ingrijpen bijzin, toekomende tijd
zult/zal ingrijpen in zult/zal grijpen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en grijpen ww

Woordfamilie van ingrijpen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
greep in verleden tijd ingrijpen
grepen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ingrijpen
grijp in gebiedende wijs ingrijpen
grijpe in woordvorm ingrijpen
grijpen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ingrijpen
grijpt in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ingrijpen
ingegrepen voltooid deelwoord ingrijpen
ingrijp subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingrijpen
ingrijpe with-subordinate-clause ingrijpen
ingrijpt subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingrijpen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ingrijpen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over ingrijpen

Hoe spreek ik ingrijpen uit?
Zo spreek je ingrijpen uit: /ˈɪŋɣrɛipə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van ingrijpen?
Ingrijpen is een werkwoord. De betekenis is: handelen om een probleem te voorkomen of op te lossen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ingrijpen?
Zo vervoeg je ingrijpen zo: het voltooid deelwoord is ingegrepen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ingrijpen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. I 1
  6. J 4
  7. P 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ingrijpen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. G 3
  4. R 2
  5. I 2
  6. J 4
  7. P 4
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ingrijpen in het kort

ingrijpen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ingrijpen staan er 45 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ingrijpen bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ingrijpen: handelen om een probleem te voorkomen of op te lossen
Deel ingrijpen — standaardnederlands.nl