Naar de inhoud

ingaan

~ op: ergens op reageren

ingaan

werkwoord ˈɪŋɣan

Betekenis

  1. ~ op: ergens op reageren
  2. van start gaan
  3. binnengaan

Hoe spreek je ingaan uit?

/ˈɪŋxan/

Ingaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈɪŋxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
ɪ pit
ŋ ding
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van ingaan

ingaanhele werkwoord — ging inverleden tijd enkelvoud — gingen inverleden tijd meervoud — ingegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga in ging in
jij gaat in ging in
hij, zij, het gaat in ging in
wij gaan in gingen in
jullie gaan in gingen in
zij gaan in gingen in
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga in gebiedende wijs
ging in verleden tijd
in te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
in te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
in zal gaan bijzin, toekomende tijd
in zou gaan bijzin, voorwaardelijk
in zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
in zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
in zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
in zullen gaan bijzin, toekomende tijd
in zult gaan bijzin, toekomende tijd
inga bijzin, tegenwoordige tijd
ingaand onvoltooid, deelwoord
ingaat bijzin, tegenwoordige tijd
ingegaan verleden tijd, deelwoord
ingegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
ingegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
inging bijzin, verleden tijd
ingingen bijzin, verleden tijd
is ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn ingegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen ingaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart ingegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren ingegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren ingegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was ingegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was ingegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was ingegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal ingaan bijzin, toekomende tijd
zal ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn ingegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt ingegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou ingaan bijzin, voorwaardelijk
zou ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) ingaan in zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden ingaan bijzin, voorwaardelijk
zouden ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt ingaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt ingegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen ingaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen ingaan bijzin, toekomende tijd
zullen ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult ingaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult ingaan bijzin, toekomende tijd
zult ingegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal ingaan in zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van in bw en gaan ww

Woordfamilie van ingaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga in gebiedende wijs ingaan
gaan in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon ingaan
gaat in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon ingaan
ging in verleden tijd ingaan
gingen in aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon ingaan
inga subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingaan
ingaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd ingaan
ingegaan voltooid deelwoord ingaan
inging subordinate-clause, verleden tijd ingaan
ingingen subordinate-clause, verleden tijd ingaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ingaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over ingaan

Hoe spreek ik ingaan uit?
Zo spreek je ingaan uit: /ˈɪŋɣan/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van ingaan?
Ingaan is een werkwoord. De betekenis is: ~ op: ergens op reageren. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik ingaan?
Zo vervoeg je ingaan zo: het voltooid deelwoord is ingegaan. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord ingaan is 8 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. I 1
  2. N 1
  3. G 3
  4. A 1
  5. A 1
  6. N 1
  7. 8 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

ingaan levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. I 2
  2. N 1
  3. G 3
  4. A 1
  5. A 1
  6. N 1
  7. 9 zonder bonus
  8. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

ingaan telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

ingaan in het kort

ingaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van ingaan staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort ingaan bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

ingaan: ~ op: ergens op reageren
Deel ingaan — standaardnederlands.nl