indicator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- verschijnsel dat op iets wijst, factor die iets aangeeft (b.v. een indicatielamp)
- getal dat een betrouwbare aanwijzing is voor de waarde van iets
- een meting, waarneming of statistiek die iets aangeeft
- een stof die door een kleuromslag een verandering in de zuurgraad of de elektrochemische potentiaal aangeeft
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| indicatoren | meervoud |
| indicators | meervoud |
| indicatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| indicatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van indiceren met het achtervoegsel -ator
Woordfamilie van indicator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| indicatoren | meervoud | indicator |
| indicators | meervoud | indicator |
| indicatortje | verkleinwoord | indicator |
| indicatortjes | verkleinwoord meervoud | indicator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van indicator zijn vastgelegd.