incubator
zelfstandig naamwoordBetekenis
- broedmachine, broedstoof
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| incubatoren | meervoud |
| incubators | meervoud |
| incubatortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| incubatortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Latijn, in de betekenis van ‘broedmachine’ voor het eerst aangetroffen in 1912
Woordfamilie van incubator
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| incubatoren | meervoud | incubator |
| incubators | meervoud | incubator |
| incubatortje | verkleinwoord | incubator |
| incubatortjes | verkleinwoord meervoud | incubator |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van incubator zijn vastgelegd.